Leesfeest verloot 5 boeken

Leesfeest geeft een voorproefje en verloot 5 keer Hoog boven de wolken.

Loos woont  alleen met haar moeder. Ze hebben het de laatste tijd niet altijd even makkelijk. Loos’ moeder ziet het soms dan ook niet meer zitten. Maar gelukkig heeft Loos ook nog haar oude bakelieten telefoon, waarmee ze haar vader kan bellen.

Ik woon alleen met mijn moeder. Op gewone dagen werkt ze en dan zit ik op school. In het weekend zijn we meestal thuis. We maken altijd allerlei plannen; dat ik ga logeren bij mijn oom bijvoorbeeld, of dat we een weekend gaan kamperen met vrienden. Maar meestal komt het er niet van. Mijn moeder en ik zijn dus best veel samen. Soms is ze echt vreselijk irritant. Dan kan ze me niet vinden en komt ze zingend mijn kamer binnen: ‘Daar was laatst een meisje loos’. Van zo’n stom kinderliedje word ik dus echt heel chagrijnig. En ze weet heus wel dat ik gewoon in de vensterbank zit, achter het gordijn. Daar zit ik eigenlijk altijd als mama me zoekt.

Na het tweede kopje koffie komt mama een beetje in vorm. We gaan vandaag naar de kermis maar die begint pas om drie uur, dus we hoeven nog lang niet weg.
‘Kom Loos, wij gaan lekker de was doen. Jij vouwt jouw kleren, ik die van mij. Wie het eerst klaar is.’
Mama gaat naar boven. Aan de manier waarop ze loopt, kan ik al zien dat ze er helemaal geen zin in heeft, in de was. Ik ook niet. Ik hoor haar van boven roepen: ‘Kom Loos, muziekje erbij. Om je een beetje op te peppen.’
Ik denk dat mama eerder zichzelf probeert op te peppen. Bij van die saaie klusjes in huis zet ze altijd muziek op, heel hard. Anders krijgen we die wasmand nooit leeg. Even later knalt de muziek de trap af. Een oude verzamel-cd van mama met van die saaie Nederlandse smartlappen, echt te erg. Maar ik moet toegeven: ze zingen wel lekker mee. Even later staan we allebei uit volle borst mee te brullen, de wasmand in het midden.

Als de cd is afgelopen, zijn we bijna klaar met de was. Terwijl mama alle kleren opbergt, ga ik naar mijn kamer. Daar, op de vensterbank achter het gordijn, staat mijn eigen telefoon. Het is een heel oude telefoon, echt antiek zegt mama. Hij is zwart en zwaar en heeft twee losse, ronde microfoontjes. De ene hou je voor je mond om in te praten. De andere is eigenlijk een luidspreker, die hou je bij je oor. De telefoon heeft ook een grote draaischijf, met gaatjes waar je je vingers in moet steken als je een nummer wil draaien. Vroeger was hij van mijn oma, maar zij hoefde hem niet meer. Toen heeft ze hem aan mij gegeven. Als er iets is wat ik graag aan papa wil vertellen, dan bel ik hem altijd met die telefoon.

Mijn vader houdt van verhalen vertellen. Niet van verhalen voorlezen, zo uit een boek, dat vindt hij saai. Hij bedenkt ze altijd zelf. ‘De lotgevallen van Pukkie Paars’ bijvoorbeeld, over een klein eendje dat gepest wordt omdat hij paars is. Vroeger moest ik daar altijd heel erg om huilen. Of het verhaal van de Zwarte Berg, over een berg van drop waarop je heel mooi kunt wandelen. Maar waar je vooral niet van moet eten; als je een hapje neemt, barst hij uit als een vulkaan. Ik kruip op de vensterbank en ga naast de telefoon zitten. Ik hou zelf ook erg van verhalen verzinnen. Soms hang ik uren aan de lijn, en dan ben ik nog niet uitgepraat. Ik bedenk nooit van tevoren wat ik papa ga vertellen, die verhalen komen gewoon vanzelf. Alleen het einde is altijd hetzelfde. Dan zeg ik: ‘En dat is allemaal heus waar, heel echt gebeurd.’ Papa barst iedere keer weer in lachen uit: ‘Echt niet! Je zuigt het uit je dikke duim!’ Nogal logisch. Wat er in het echt gebeurt, is toch veel te saai om te vertellen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s